Erfgenamen krijgen geen cent voor oud spaarbankboekje, ING houdt het geld zelf
Amsterdam- In de nalatenschap van een kinderloze man vonden zijn familieleden een oud spaarbankboekje met nog een flink bedrag erop. ING weigert echter uit te betalen, met een beroep op de wettelijke verjaringstermijn van twintig jaar.
De man overleed in mei vorig jaar. Bij het opruimen van zijn woning kwam de familie het boekje tegen. In 1984 had de man er voor het laatst geld op bijgeschreven. In euro’s omgerekend stond er 1725 euro op. De erfgenamen verzochten ING als huidige schuldenaar om het bedrag naar hen over te schrijven. De bank weigerde dat echter omdat het product al lang niet meer wordt aangeboden en omdat de vordering verjaard zou zijn.
Met spaarbankboekjes werd vroeger gespaard, zoals bij de Rijkspostspaarbank, die via diverse fusies op is gegaan in ING. De spaarder moest voor elke opname of storting langs de bank, waar dan het bedrag in het boekje werd bij- of afgeschreven. Jaarlijks moest men ook met het boekje naar de bank om de rente te laten bijschrijven. Met de toenemende automatisering en digitalisering verdween het spaarbankboekje. ING stopte ermee in 2004.
Bij klachteninstituut Kifid eisten de erfgenamen dat ING alsnog met het geld over de brug komt. „Op de bank rust een morele verplichting om het saldo op de spaarrekening uit te betalen. Dit houdt in dat de bank een financiële afspraak met een klant dient na te komen. Deze verplichting kan niet verjaren”, was hun stelling.
Wetboek
ING bleef bij zijn weigering, nu de laatste mutatie in het boekje van 41 jaar geleden dateerde. Daarna was niets meer van de man vernomen, met als gevolg dat de vordering door een verloop van meer dan 20 jaar is verjaard. Dat staat in het Burgerlijk Wetboek. Het betreffende wetsartikel bepaalt dat een rechtsvordering in ieder geval verjaart twintig jaar nadat de opeising op zijn vroegst mogelijk was. De schuldeiser kan die periode wel verlengen (‘stuiten’) door een schriftelijke mededeling dat hij vasthoudt aan die vordering.
Er is echter niks bekend over contact van de man met de bank hierover. Het Kifid oordeelde daarom dat de erfgenamen de uitbetaling niet kunnen afdwingen bij ING.
Ook een beroep op de morele verantwoordelijkheid van de bank werd afgewezen. „Over de gevorderde vergoeding op grond van coulance overweegt de commissie dat een vordering op deze grond niet rechtens afdwingbaar is. Daarom kan de bank ook op deze grond niet gehouden worden tot een vergoeding”, aldus de geschillencommissie van het Kifid.
Bron: De Telegraaf
Deel dit blog op Social Media